Jaren geleden ging ik nog regelmatig op bezoek bij onze familie in Kampen. Mijn tante zorgde elke keer weer voor een tafel vol lekkers en ik bewonderde alles waarmee mijn neef de woonkamer binnen kwam lopen: hengels, boeken, tijdschriften en foto's. Zolang het maar iets met vissen te maken had, wist hij er vol enthousiasme over te vertellen.
Op een dag liet hij mij een enorme hengel gemaakt van carbon vasthouden.
"Ga daar maar midden in de keuken staan en wacht rustig tot ik hem op lengte heb gemaakt..."
Vol belangstelling bleef ik toekijken. Er leek geen einde aan te komen en de hengel woog slechts een fractie van wat ik had verwacht. Het voelde alsof hij een van zijn kroonjuwelen aan de familie wilde tonen, maar het mooiste moest nog komen; Ik mocht met hem mee naar boven om op zijn kamer te kijken naar zijn verzamelingen.
In mijn hele leven heb ik misschien twee keer een hengel in mijn handen gehad en nog nooit iets gevangen. Een vis die bungelt aan een metalen haak in zijn bek voelt voor mij verkeerd. Een sportvisser zal het daar niet mee eens zijn, daarom mijn excuus, maar ik hoop dat de rest van dit verhaal U wel zal bekoren.
In zijn slaapkamer stond een werktafel met een lampje en daaronder een kleine bankschroef gemonteerd. In die kleine bankschroef had hij een vishaakje vastgezet. De bocht en de haakpunt zaten stevig geklemd, terwijl de steel en het oog uitstaken. Om de steel had hij al een dun laagje zwart garen strak om het staal gewonden. Het uiteinde van de draad werd door hem vastgezet met een druppeltje secondelijm. Hij vertelde mij dat het haakje uiteindelijk op een insect moest lijken. Op dat moment werd de naam "vliegvissen" ineens een stuk duidelijker.
Hij opende een doosje met allerlei materialen die grotendeels afkomstig leken te zijn van veren, haren en andere fijne natuurlijke vezels. Met de precisie van een chirurg sneed, bond en bevestigde hij de kleine onderdelen op het haakje. Langzaam kreeg het vorm: een insect met dunne pootjes, fragiele vleugeltjes en fijne haartjes op het achterlijf.
Toen hij klaar was, haalde hij het haakje uit de bankschroef en legde het voorzichtig in een doosje waarin al tientallen andere zelfgemaakte vliegen lagen. Dat doosje ging vervolgens mee naar beneden om aan de familie te laten zien. Wim was al jarenlang betrokken bij de organisatie van de Flyfair beurs voor liefhebbers uit binnen- en buitenland. Fly Fair wordt overigens nog steeds iedere twee jaar georganiseerd. In 2027 is vermoedelijk de volgende editie.
Jaren later stonden diezelfde doosjes opnieuw op tafel bij mijn tante. Zij was de laatste overlevende van haar generatie en had helaas ook haar man en zoon moeten verliezen. Een enorm verdriet, maar gelukkig kon ze er met ons open over praten. Met de liefde van een moeder haalde ze regelmatig zijn foto's en dozen vol met die voor mij bekende haakjes uit de kast. Ze had ze allemaal bewaard.
De wanden in de kamer waren bedekt met herinneringen, waaronder veel foto's van Wim. Eén foto van hem staat mij nog altijd helder voor de geest.
Wim in een waadpak in het water van een stromende rivier. Helemaal één met zijn hengel. Om hem heen niets anders dan de indrukwekkende natuur, het ruisen van de wind en het geluid van het stromende rivierwater. Misschien is dat wel de mooiste herinnering die ik aan hem heb.
Toen ik jaren later de video van Levi Allen zag, moest ik direct weer aan Wim denken. In die video vertelde adventure filmer en YouTuber Levi Allen hoe hij vliegvissen wilde gaan leren in de afgelegen Spatsizi-wildernis in het noorden van Canada. Hij wilde graag zijn familielijn volgen; zijn eigen vader was daar jaren eerder met zijn opa naar toe gereisd om samen te gaan vissen. Vanaf de eerste minuten was ik geboeid. In het eerste deel liet Levi alles zien over zijn introductie met fly-fishing. Daarna zou het tweede deel volgen, in die video zou hij helemaal alleen de wildernis intrekken om te overleven op de vis die hij daar zelf moest vangen.