Het verhaal van onze ontmoeting met de Udet-boei op Terschelling begon in 2019 tijdens een photowalk over het terrein van het Bunkermuseum. Daar maakte ik een aantal foto's van een bijzonder oud en roestig object dat daar stond te wachten op restauratie. Het informatie bordje was duidelijk; dit was het wrak van een Duitse Udet-boei. Op dat moment had ik nog geen idee dat dit object, een paar jaren later, een onverwachte verbinding zou vormen met mijn vader.
Op 21 mei 2021 overleed mijn vader. In de weken na zijn begrafenis ging ik op zoek naar zijn omvangrijke fotoarchief.
Tijdens het leeghalen van zijn huis kwamen we van alles tegen, maar zijn foto archief leek onvindbaar. Toen het huis eenmaal helemaal leeg was, had ik de hoop eigenlijk al opgegeven. Het enige wat nog restte, was een kleine stenen schuur opruimen. Die stond nog vol met spullen van een verhuizing van jaren eerder.
In die schuur gebeurde iets bijzonders. Ella ontdekte als eerste een grote PVC-opbergbox, waarin alle fotoalbums strak op elkaar waren gestapeld. "Volgens mij ben je op zoek naar deze box?" zei ze. Dat was een prachtig en emotioneel moment, maar tegelijkertijd was ik ook bezorgd. De box had immers jarenlang in een vochtige schuur gestaan, dus ik wist niet wat ik zou aantreffen. Heel voorzichtig begon ik de albums te bekijken.
Gelukkig waren de foto's zelf nauwelijks aangetast. De albums hadden het minder goed doorstaan. Vrijwel alle stalen pennen die de pagina's bijeenhielden, waren volledig doorgeroest, waardoor de fotoboeken uit elkaar vielen. Nu, jaren later ben ik nog steeds bezig om alle foto's te digitaliseren. Het is een langzaam proces, maar af en toe kom ik beelden tegen die me dwingen even stil te staan. Zo ook een aantal foto's van mijn vader en zijn vrienden op vakantie op het Waddeneiland Terschelling, gemaakt in de zomer van de jaren vijftig.
Ze waren voor die vakantie vanuit Hasselt vertrokken op de fiets, en die vakantiedag waren ze onderweg over het strand richting het reddingshuisje. Ergens onderweg, vlakbij paal 23 op het strand, vonden ze een wrak dat deels uit het zand stak. Mijn vader heeft me daar nooit iets over verteld. Ik kwam er pas achter toen ik zijn vakantie foto's bekeek in een van zijn boeken. Ik ben mij ook gaan informeren bij zijn oudere zus, ze wist helaas niets van deze foto's of van wat erop te zien was. Het waren mooie foto's van drie jonge mannen.
Toch kwam het wrak mij bekend voor en enkele weken later vielen alle puzzelstukjes op hun plaats. Ik kwam de foto's weer tegen van onze photowalk.
De foto's die ik zelf in 2019 had gemaakt en de foto's van mijn vader uit 1953 bleken hetzelfde object te laten zien; de Duitse Udet-boei.
In 1953 lag die boei grotendeels onder het zand begraven. Alleen het bovendek en de toren staken nog uit boven zand. Voor de drie jonge mannen was het een prachtig object om op te klimmen, samen te poseren en foto's bij te maken. Ze hadden een wrak gevonden, ooit aangespoeld en wat toen door wind en water met zand was bedekt, was opnieuw naar het oppervlak gekomen. De volledige onderkant lag nog diep begraven onder het zand.
Ze hebben zich destijds waarschijnlijk nooit gerealiseerd waar ze precies bovenop stonden.

Eind 2023 reisden we zelf naar Terschelling om de Udet-boei opnieuw te bezoeken. Het Wad was bedekt onder een lucht met winterse buien en op het eiland lagen dunne laagjes sneeuw verspreid over de duinen en gebouwen. De restauratie van de Udet boei was aan de buitenkant voltooid. De boei er prachtig bij op een nieuwe plek van het Bunkermuseum. Voordat we naar het museum liepen hadden we een spontane ontmoeting met Hille van Dieren, eigenaar van het Wrakkenmuseum en vrijwilliger bij het Bunkermuseum. We liepen het Wakend oog binnen voor koffie en warme chocolademelk en daar zat Hille samen met een aantal eilanders aan de grote tafel in het midden van het koffiehuis. Het Wakend Oog vind je op de hoek van de Willem Barentszkade en de Torenstraat, het heeft maar liefst drie namen: het meest gehoord is 't Wakend Oog, vanwege de gevelsteen. Ook 't Wachthuuske wordt gebruikt. De officiële naam is echter het Willem Barentszhuis.
Hille vertelde ons het verhaal achter de boei en wat hij zelf had meegemaakt. Hij bezocht in zijn jeugd regelmatig het strand van Terschelling en daarbij werden regelmatig stukken metaal van oude wrakken verwijderd die ze dan voor een paar stuivers bij de oud ijzer handel verkochten. 'Als ik dat toen had geweten wat het was had ik er niets van meegenomen'. Na ons gesprek zijn we een wandeling gaan maken naar het Seinpaal duin en dwars door West-Terschelling richting het museum.
Terwijl we op het terrein van de Tigerstellung stonden maakte ik foto's en beelden met de drone, schreef ik onze belevenissen op, en die heb ik toen samen met de foto's heb verstuurd naar Ying Mellema van Terschelling Magazine. Hij had enkele pagina's gereserveerd voor het verhaal. Een week later lag die nieuwe editie al op onze deurmat.
Twee maanden later na ons bezoek op Terschelling ontdekte ik op YouTube een uitgebreide video van Calum Raasay uit Schotland. Hij had een bijzonder gedetailleerde documentaire gemaakt over de geschiedenis van de Udet boei. Calum woont zelf op een Schots eiland en is zeer geinteresseerd in de Nederlands en Britse geschiedenis. Na wat berichten over en weer stuurde ik hem alle informatie die ik had verzameld, mijn artikel vertaal in het Engels en de bijzondere foto's van mijn vader en zijn vrienden.